Rock Werchter 2026
- Loek Willems
- 3 days ago
- 9 min read
Het is inmiddels alweer mijn eenentwintigste keer op Rock Werchter. Na een bijna tropisch Pinkpop zijn de weersomstandigheden deze editie gelukkig een stuk aangenamer. Het is perfect kampeerweer; de tent kan droog worden opgezet en we hoeven ons de komende dagen gelukkig geen zorgen te maken over regen. Zoals vanouds vertrek ik op woensdag met de vroege ploeg richting camping De Klokkeberg. De opwarming voor het festival is er eentje volgens het boekje: een gezellige barbecue, koude cocktails en op de achtergrond een wedstrijd van de Rode Duivels. De sfeer zit er meteen goed in.

Donderdag 2 juli: Aftrap van de marathon
Al bijtijds wandelen we in zo'n drie kwartier richting het festivalterrein. De vroege aankomst rond 14:00 uur pakt gunstig uit, waardoor het polsbandje voor deze vierdaagse marathon snel om de pols zit.

Dankzij deze meevaller lukt het zowaar om meteen de eerste act van de wensenlijst mee te pikken: in The Barn genieten we van een flink stuk van All Them Witches. Vooral de laatste 25 minuten, met het stevige einde van hun tikkeltje psychedelische bluesrock, zorgen voor een prima start van het festival.

De donderdag schiet daarna direct uit de startblokken met een bomvol programma. Waar vroeger The Slope stond, is nu een nieuw podium herrezen: The Nest, een soort kleine, halve buitenarena. Hier opent de Ierse band Basht. met een fijne mix van indierock en alternatieve gitaarrock.

Hierna verhuizen we naar het hoofdpodium, waar Triggerfinger, als een soort 'Krezip-invalbeurt', de plek van Elvis Costello inneemt. Het blijkt een uiterst degelijke vervanger; de band levert simpelweg altijd.


Dan volgt een flinke zoektocht en verhuizing, want de oude Klub C is deze editie ver in de hoek geplaatst op het flink verruimde festivalterrein. Eenmaal daar is er gelukkig nog genoeg plaats voorin bij Yard Act, die een prima uurtje voorspelbare maar aanstekelijke postpunk neerzet.

Weer terug bij het hoofdpodium is het de beurt aan Kasabian. De Engelse band lijkt inmiddels een patent te hebben op de zomerse namiddagen op Rock Werchter. Hun Britpop/Manchester-sound is weliswaar weinig vernieuwend, maar het staat als een huis.

Hierna volgt op dezelfde stage The Lumineers. Deze Amerikaanse, ietwat hippie-achtige band brengt makkelijk meelallende niemendalletjes; na twintig minuten hebben we het dan ook wel weer gezien.

Tijd voor een sneak preview bij The Nest, waar de Canadese band PUP een podium krijgt om zich in Europa te presenteren. Hun stijl balanceert tussen rock en garagerock, al ontbreekt een echt eigen sound nog. Een aardig tussendoortje, dat wel.

Vervolgens haasten we ons richting Editors-frontman Tom Smith. In een intieme setting vermengt hij zijn solowerk met prachtige, langzamere akoestische versies van Editors-klassiekers als Munich, An End Has a Start en Smokers Outside the Hospital Door.

We verlaten zijn set iets over de helft om absoluut niet te laat te komen in The Barn, waar de Engelse ravers van The Prodigy gepland staan. Het was te verwachten: het is loeidruk. Het lukt amper om binnen te komen, maar we weten ons net op tijd naar linksvoor te wurmen. Hoewel met de dood van Keith Flint de echte ziel en gekte een beetje uit de band is, vliegen we een uur lang door een heerlijke golf van nostalgie vol vurige energie. Alle verwachte hits – van Out of Space en Firestarter tot No Good (Start the Dance) en Voodoo People – komen voorbij.


Na al dat geweld is het tijd om stoom af te blazen bij het hoofdpodium, waar de rustige tegenpool van de avond geprogrammeerd staat. Het is inmiddels het vierde optreden in de Werchter-historie voor de folkrockers van Mumford & Sons. Voor kwaliteit kun je altijd bij deze band aankloppen, al teren ze inmiddels wel heel erg op het succes van hun vroege jaren. Voor mij het perfecte moment om de massa voor te zijn en richting de uitgang te bewegen. Terwijl ik wegloop, hoor ik op de achtergrond nog net een verrassend gastoptreden van Pommelien Thijs, leuk voor het Belgische thuispubliek in elk geval. De marathon van dag één zit erop, en hoe!

Vrijdag 3 juli: Van punkrock tot melancholie De vrijdag brengt een bijzondere, eclectische mix van stijlen. Bij binnenkomst pikken we direct het laatste kwartiertje van Wolf Alice op de achtergrond mee; hun dromerige, maar bij vlagen lekker felle alternatieve rock is de perfecte soundtrack om rustig in de festivalmodus te komen. Daarna schakelen we over naar het serieuzere werk: een flinke portie ronkende punkrock van de Amerikaanse veteranen van Social Distortion. De band timmert al ruim dertig jaar aan de weg, maar heeft met hun maatschappijkritische teksten en prekende boodschappen nog altijd die onvervalste punk-attitude, compleet met een herkenbare Green Day-vibe.


Na al dat gitaargeweld is het tijd voor een welverdiend rustmomentje. We laden even op met een goed speciaalbier in de Apero, de gezellige cocktail- en bierzone schuin achter The Barn. Na deze vloeibare verfrissing zijn we helemaal klaar voor de vuige, humoristische chaos van de Zweedse Viagra Boys in The Barn. Met hun pompende baslijnen en prettig gestoorde postpunk zetten ze de tent volledig op zijn kop. De ronkende saxofoon zwiept de sound lekker op, en met deze uitgebreide live-bezetting solliciteert de band nadrukkelijk naar een toekomstige Main Stage-plek in de lijn van IDLES en Fontaines D.C.

Veel tijd om bij te komen is er niet, want de dansbare indierockhits van Franz Ferdinand klinken daarna door in een propvolle Barn. Ondanks dat de hits inmiddels wat gedateerd zijn, puilt de tent zo hard uit dat dit optreden eigenlijk beter op de Main Stage had gepast. Desondanks blijft het een show vol herkenbaarheid waarbij stilstaan simpelweg geen optie is.

Richting de avond verschuift de dynamiek van opzwepende gitaarmuziek naar avant-gardistische kunst en diepe emotie. In The Barn volgt een intrigerende en visueel overrompelende show van FKA Twigs. Met haar indrukwekkende choreografie beneemt ze het publiek de adem, waarbij het spectrum tussen R&B, soul, dance en pop breed en gedurfd wordt ingekleurd.

Mijn eigen vrijdagplanning besluit ik uiteindelijk in stijl af te sluiten met de rustige, klassieke en wonderschone klanken van Agnes Obel. Haar filmische, dromerige muziek zorgt voor absolute kippenvelmomenten bij prachtnummers als Riverside en The Curse. Het is de perfecte, serene afsluiter van een rustige tussendag. Op naar de komende twee topdagen.


Zaterdag 4 juni: Hiphop, shoegaze, pop en visueel spektakel Zaterdag staat in het teken van ontdekken en groots entertainment. De dag start energiek bij het open podium The Nest met Man/Woman/Chainsaw. Deze Engelse band zagen we begin dit jaar al doorbreken op Eurosonic. Waar hun sound in een kleine zaal nog heel bombastisch overkwam, in de trend van In Tua Nua en The Cranberries, kost het ze in de brandende volle zon nu net wat meer moeite om het publiek echt te overtuigen.

Hoe anders is dat bij Kneecap. Dit controversiële Ierse trio pakt de Main Stage vanaf de eerste seconde volledig in met hun unieke mix van hiphop met een flinke Britpop-saus. Er zit volop vuur en boosheid in de set, en hoewel hun Engelse 'slang' nauwelijks te verstaan is, komt de rauwe boodschap luid en duidelijk over.

Het absolute hoogtepunt van de dag volgt daarna in een bomvolle, donkere Barn: de dromerige indie, shoegaze en postrock van de Belgische trots The Haunted Youth. Er staat bij onze zuiderburen altijd wel weer een talentvolle band op, maar deze steekt er met kop en schouders bovenuit. De formatie liet op Pinkpop al een sterke indruk achter, maar pakt hier het publiek pas écht helemaal in met hun sferische gitaarmuziek. Een vergelijking met Joy Division en Sigur Rós is snel gemaakt. Prachtnummers als Emo Song en Falling to Pieces zijn stuk voor stuk gemaakt om ademloos naar te luisteren en bij weg te dromen.

Vervolgens zorgt National-frontman Matt Berninger met zijn solowerk voor de nodige diepgang. Hij is op het podium onmiskenbaar zichzelf: een tikkeltje gestoord, met een rauwe pose het publiek in duikend en daarna weer schijnbaar verdwaald terugkerend op het podium. Hoewel zijn solomateriaal het kwalitatief niet haalt bij de overweldigende kracht van The National, is de uitvoering van de klassieker Terrible Love aan het eind een aardig goedmakertje.


De zaterdagavond transformeert daarna in één groot feest dankzij het visuele en muzikale spektakel van de Gorillaz. Een vrolijke (en ogenschijnlijk ietwat beschonken) Damon Albarn vertaalt de bekende animatiewereld moeiteloos naar een levendige liveshow, ondersteund door een gigantische band en orkest. In de verte klinkt de pop- en hiphopsound bij vlagen lekker 'Blurriaans', en met wereldhits als Feel Good Inc., On Melancholy Hill en Clint Eastwood zingt de weide massaal mee.


Als absolute uitsmijter zet de spektakelshow van Twenty One Pilots het terrein definitief in lichterlaaie. Anders dan hun optreden op Pinkpop start de band hier in het volledige donker, waardoor de show visueel nóg beter tot zijn recht komt. Frontman Tyler en drummer Josh vliegen werkelijk alle kanten op; ze verhuizen regelmatig over het podium, duiken het publiek in (zelfs tot bij ons) of beklimmen een hoge toren. Terwijl de hits je om de oren vliegen, dendert de show in een sneltreinvaart door. Krakers als Ride, Heathens, Stressed Out, Heavydirtysoul en Jumpsuit komen allemaal voorbij, met als extra verrassing een cover van festivalanthem Seven Nation Army. Dag drie eindigt in één groot, kolkend feest. Op naar de slotdag!


Zondag 5 juli, de grande finale De slotdag breekt aan en we starten bij het open podium The Nest voor de indierock van Westside Cowboy. Het kabbelt echter allemaal een beetje voort en weet op de vroege middag nog niet voldoende indruk te maken.

Daarna verhuizen we snel naar de Main Stage voor de rauwe gitaren van Sons. Het wordt een uiterst onderhoudende show. De Belgen betrekken het publiek uitstekend bij hun vroege optreden en krijgen de weide, ondanks het ontbreken van echte grote radiohits, moeiteloos mee. Pure inzet doet immers ook een hoop!

Vervolgens is het tijd voor de indrukwekkende postrock van Mogwai. Ik herinner me vaag dat ik ze ooit al eens gezien moet hebben, maar ik ben achteraf dolblij dat ik er nu heel bewust naartoe ben gegaan. Hun vrijwel volledig instrumentale werk beklijft fantastisch in een donkere Barn. De Schotten bouwen een soortgelijke sfeer op als The Haunted Youth de dag ervoor, al hoor je bij Mogwai duidelijk meer metal-invloeden en een vleugje progrock voorbijflitsen. Zonder twijfel een van de absolute hoogtepunten van dit weekend.

De zondag krijgt daarna pas echt kleur met de eclectische en theatrale show van David Byrne. Zijn unieke live-concept, met marcherende en dansende bandleden zonder vaste opstelling op het podium, is een absolute lust voor het oog. De geniale Byrne is live nog net zo briljant én prettig gestoord als in zijn hoogtijdagen met de Talking Heads. Zijn solo-wereldmuziek mengt perfect met de bekende klassiekers van zijn oude band, waarvan er gelukkig een paar pareltjes voorbijkomen zoals And She Was, This Must Be the Place (Naive Melody), Slippery People, Psycho Killer en Once in a Lifetime. Het einde van zijn set laten we uiteindelijk schieten om op tijd een plek te gaan zoeken bij de Main Stage.

Bij aankomst wachten ons daar echter vijf rode kruizen: het teken dat het voorste vak al helemaal vol zit. Geen probleem, want we vinden een prima plek net daarbuiten, nog altijd best ver vooraan. Het geeft ons mooi de tijd om even een hapje te eten en de waterfles te vullen. Onderwijl valt de avond definitief en transformeert Werchter in een gigantische openluchtdancing tijdens de opzwepende set van Moby. Het wordt een heerlijke trip down memory lane met iconische hits als Go, Natural Blues, Find My Baby, Porcelain en Lift Me Up. Met de ultieme rave-klassieker Feeling So Real eindigt de set.

Als die set afgelopen is en een deel van het publiek het voorste vak verlaat, slaat onze slag: we kunnen alsnog naar binnen glippen! Precies op tijd voor de ultieme afsluiter van deze eenentwintigste editie: een legendarische, meeslepende en melancholische show van The Cure. Het wordt twee uur en een kwartier lang puur genieten van een ijzersterke dwarsdoorsnede van hun indrukwekkende carrière. Nummers die de tand des tijds moeiteloos hebben doorstaan, zoals A Forest, Lovesong en In Between Days, vloeien naadloos over in hun latere werk, waarin de rauwe emotie nog altijd diep binnendringt. De finale is vervolgens een zegetocht van louter klassiekers: Lullaby, The Lovecats, Close to Me, Friday I'm in Love en Why Can't I Be You? passeren de revue, waarna de ultieme finisher Boys Don't Cry het festival bezegelt. Wanneer de laatste tonen over de weide uitsterven en vuurwerk gedoofd is, rest er maar één conclusie: het was weer een editie die er mocht zijn.






Comments