top of page
20240623_155839.jpg

Pinkpop 2026

  • Writer: Loek Willems
    Loek Willems
  • Jun 23
  • 8 min read

Een zomerse, zeg maar gerust tropische editie gaat van start. De organisatie is goed voorbereid. Vanaf een soepele controle tot aan terreinindeling met veel waterpunten en extra shelters met schaduw. De rest is aan onszelf om goed te doseren en hydrateren.

We zijn het al gewend van vele festivals, dus ook deze editie gaat het goed komen.



Vrijdag 19 juni

De festivaldag begint uitstekend onder een schaduwdoek met het eerste biertje in de hand. Op het podium staat Linka Moia, een singer-songwriter die met haar eigen begeleiding op tape een sfeer neerzet die doet denken aan Heather Nova.


Wanneer de hitte toeneemt, biedt de Tentstage gelukkig wat verkoeling. Hier speelt Sleep Theory, een emorockband in het straatje van Linkin Park en Bring Me The Horizon. Hoewel het lekker koel is in de tent, blijft de band een tikkeltje hangen in copycat-gedrag; echt boeiend wordt het niet. Tijd voor een tussenstop bij het Bierlokaal, waar de smaak van een 'Onvergetelijk Blond' prima bevalt.


Terug bij de grote podia is het de beurt aan popartieste Natasha Bedingfield. Het voelt een beetje als mosterd na de maaltijd. Ze probeert nog een alternatieve hoek te kiezen met een cover van Zombie (The Cranberries), maar het zijn uiteindelijk vooral de bekende 'meisjesliedjes' zoals Unwritten die op bijval uit het publiek kunnen rekenen.


Gelukkig wordt het niveau direct daarna omhooggekrikt op de North Stage. Met The Pretty Reckless staat er een ijzersterke rockband met een absolute powervrouw aan het roer.


Om de zon weer even te ontvluchten, verhuist de plicht naar de schaduw van de Tentstage voor Balu Brigada. De band wordt weleens vergeleken met Tame Impala, maar de enige vergelijking die hier vandaag opgaat zit ’m in het woordje Tame. Het is een tamme, matte boel.


Ook de post-punk van The Vaccines op de South Stage (Main Stage), die herinneringen oproept aan Interpol is de zonnesteek niet waard. Gelukkig biedt de enorme shelter op het terrein uitkomst: een perfecte spot om beide podia comfortabel te volgen.


Vanaf diezelfde beschutte plek is Kingfishr te bewonderen. Waar het op Lowlands nog even wennen was, heeft deze Ierse folkband duidelijk stappen gemaakt in hun performance. Brave, maar sfeervolle muziek die perfect past bij een lome zomermiddag.


Bij Roxy Dekker wordt pijnlijk duidelijk dat een paar TikTok-deuntjes nog geen live-artieste maken. Ze doet haar best, maar de euro's van papa en mama kunnen dit live niet rechttrekken. Het optreden heeft meer weg van een driejarig nichtje dat een schattig maar onbeholpen dansje doet: het oogst wel applaus, maar de choreografie is simpelweg niet best. Hoe anders is dat bij Electric Callboy. Hoewel de act al een paar jaar bekend is, blijft dit een show die eigenlijk in de avond thuishoort. Kruis een parodie op een boyband met Rammstein en je krijgt een tot in de puntjes uitgekiende show vol zelfspot, neergezet door loeistrakke muzikanten. Heel vermakelijk.


Daarna is het de beurt aan Teddy Swims, de blanke soulzanger die in korter dan twee jaar tijd vier megahits scoorde. Met een prachtige stage-opzet en een soulvolle band achter zich, bewijst de stoere, getatoeëerde gast vooral één ding: het is stiekem een ontzettend lieve knuffelbeer.


Voor een laatste shot schaduw verhuist de menigte nog één keer naar de Tentstage voor de rock van The Plot In You, al blijft dit optreden achteraf niet echt beklijven. Bij de South Stage wordt nog snel een staartje meegepikt van Zara Larsson. Dat ziet er visueel strak opgebouwd uit en ze beschikt over een sterke stem. Te kort gezien voor een definitief oordeel, maar de indruk is prima.


Wanneer Twenty One Pilots het podium betreedt, weet je één ding zeker: spektakel. Dit duo levert simpelweg áltijd. De energie spat er vanaf het eerste moment vanaf en het publiek krijgt geen seconde rust. De setlist schiet voorbij, zo worden het rauwe Heavydirtysoul en de duistere, meeslepende klanken van Heathens loeistrak op de weide afgevuurd. De dynamiek en actie op het podium blijven onverminderd hoog. Of het nu zanger Tyler is die zich vol overgave in de menigte stort om daar tussen de fans verder te zingen, of de drummer die hoog in een toren klimt om daar op bizarre hoogte de pannen van het dak te spelen, de heren vliegen werkelijk alle kanten op. Een van de hoogtepunten is een prachtig moment tijdens de hit Ride. Een klein jochie uit het publiek krijgt de kans van zijn leven en mag een stukje meezingen. De show blijft tot de allerlaatste minuut boeien, maar het slotakkoord krijgt een onverwachte wending uit de hemel. Net wanneer de band de finale inzet, barst er een flinke onweersbui los boven het festivalterrein. Het mag de pret echter niet drukken: de festivaldag wordt in stijl, droog en voldaan, afgesloten onder de luifel van een nabijgelegen bar.


Zaterdag 20 juni

Na de nachtelijke buien is de hitte alweer vroeg in alle hevigheid teruggekeerd. Toch houdt het ons niet tegen om bijtijds het terrein op te gaan, en dat blijkt een gouden greep. In de Tentstage trapt Hang Youth af, en wel met een gospelkoor. Het is een bizarre combinatie die op papier misschien vraagtekens oproept, maar in de praktijk magistraal werkt: een braaf gospelkoor dat volledig losgaat op de klanken van maatschappijkritische punk. Zanger Abel leidt het feest als een ware messias. Een geweldige start van de dag en nu al een absoluut hoogtepunt.


Iets later pikken we nog een flard mee van Giant Rooks. De Duitse band brengt prima poprock ten gehore. We beschouwen hun set op ons gemak na onder de grote shelter in het midden van het terrein, waar het met een beetje wurmen inmiddels gezellig druk is.


Vanaf deze beschutte plek hebben we ook perfect zicht op de Main Stage, waar de mannen van Triggerfinger hun opwachting maken. Het is misschien voorspelbare rock, maar de Belgen leveren simpelweg altijd en lijken zich als een vis in het water te voelen op Pinkpop.


De ware beproeving volgt daarna bij Wodan Boys. We wagen ons helemaal vooraan bij Stage 4, maar in de brandende bloedhitte is dat helaas niet lang vol te houden. We vluchten al snel de Tentstage in. Het is daar nog even wachten op de volgende act, maar er is tenminste schaduw.


Die schaduw blijkt de perfecte setting voor Jehnny Beth, de voormalige frontvrouw van Savages. Ze brengt rauwe, bozige post-punk die het midden houdt tussen Siouxsie and the Banshees en Hole. Een intense en sterke performance.


Na deze bak energie is het tijd voor een speciaalbiertje in de koelte van het Bierlokaal, dat pal naast de Tentstage ligt. Een ideale locatie, want daardoor rollen we daarna moeiteloos weer de tent in voor de sferische postrock van The Haunted Youth. Deze Belgen spelen werkelijk de pannen van het dak met een sound die ergens zweeft tussen The War on Drugs en Sigur Rós.


Tegen etenstijd strijken we neer bij een Koreaanse foodtruck voor een zeer smakelijke maaltijd. Vanaf een afstandje zien en horen we Franz Ferdinand op de achtergrond. Aangezien de heren weinig nieuw werk meebrengen en we vandaag al genoeg hebben gezien, functioneert hun hitgevoelige indierock uitstekend als hoogwaardige achtergrondmuziek bij het diner.


Daarna moeten er keuzes worden gemaakt. Idles en Editors laat ik helaas schieten, want er flakkert een heel andere koorts op: de Oranjekoorts. Op het voorste plein is een speciaal veld met een groot scherm ingericht voor de wedstrijd Nederland - Zweden. Het collectief vieren van een ruime overwinning zorgt voor een fantastische en gezellige sfeer tussendoor.


Na het laatste fluisignaal kuier ik op mijn gemak richting de toiletten, om vervolgens volkomen relaxed linksvoor het voorste vak in te wandelen. Een perfecte timing, want veertig minuten later begint The Cure. De legendarische band doet voor de vierde keer in hun ruim 45-jarige carrière Pinkpop aan. Hun melancholische sound past perfect bij de overgang van de ondergaande zon naar de schemering en de oprukkende donkerte.

De setlist is een prachtige reis door de tijd. Naast klassiekers als Pictures of You, Lovesong en In Between Days passeren er ook verrassend sterke nieuwe nummers de revue. Het is soms somber, soms vrolijk, maar het klopt allemaal. In de finale komt alles samen met iconische tracks als A Forest en Lullaby, maar het absolute kippenvelmoment wordt bezorgd door het relatief nieuwe Endsong. Het intense samenspel tussen Robert Smith en zijn collega-gitarist mondt uit in een prachtige, langdurig uitgesponnen en slepende solo. Hiermee eindigt de reguliere set, waarna het tijd is voor een ijzersterke toegift van zes megahits, waaronder Friday I'm in Love, Close to Me, Why Can't I Be You? en Boys Don't Cry. Ondertussen begint de hemel op de achtergrond alweer volop te flitsen. Gelukkig blijft het tijdens de slotakkoorden bij een uurtje droog donderen. Dat is maar goed ook, want we ontsnappen na afloop ternauwernood aan een buienreeks die nog heftiger is dan die van de eerste avond. Een episch slot van een gedenkwaardige tweede dag.


Zondag 21 juni

Het is alweer verzengend warm, maar dat mag de pret niet drukken. Opzwepender gaat de dag niet beginnen: My Baby heeft de eer om in de volle middagzon de North Stage te openen. Hun super-dansbare bluesrock, doorspekt met psychedelische riffjes, doet de temperatuur in het nu al fanatiek bewegende voorste vak tot ongekende hoogte stijgen.


Daarna is het de beurt aan Dogstar. Dit rocktrio uit Californië heeft natuurlijk een levende legende in de gelederen: niemand minder dan Keanu Reeves figureert hier als bassist. Muzikaal klinkt het een beetje als de Manic Street Preachers, al klinken de nummers na verloop van tijd wel een beetje als één pot nat. Vervolgens transformeren we naar de Hoogmis van 't Zuiden. Onder leiding van Pastoor Adriaans (Jeroen van Koningsbrugge) trekt er een ware processieoptocht voorbij. Een verplicht maar heerlijk uurtje langs de rijke geschiedenis van de Limburgse muziek. Een ijzersterke medley van klassiekers als Sollicitere, Mississippi, Cantara Pepe, Mexico en Sjeng oan de Geng zet direct de toon. Een gigantische band met Träcksäck als basis vormt het fundament, waarna gastartiesten van onder andere Rowwen Hèze, DeWolff, Lex Uiting, Heideroosjes, Blackbird, Frans Pollux en Beppie Kraft de boel kleurrijk inkleuren.


Op de Main Stage spelen de mannen van White Lies een uiterst cleane en routineuze set. Hun nostalgische jaren 80-sound, die herinneringen oproept aan Simple Minds en Duran Duran, begint sterk: opener Farewell to the Fairground ontbrandt direct een vuurtje. Maar door de bloedhete zon komt er daarna helaas weinig beweging of interactie vanuit het publiek. Gelukkig zorgen Death en To Lose My Life nog voor een paar welkome meezingmomenten. Tijd om de keel te smeren met een 'Onvergetelijk Blond' in de schaduw van het Bierlokaal.


Daarna is het podium voor Tom Morello, de absolute gitaarlegende uit het rapcore-tijdperk. Zijn eigen nummers blijven helaas wat vlak en de zware politieke boodschappen voelen op een gegeven moment als ongewenste reclame-breaks tijdens een voetbalwedstrijd. Gelukkig weet een medley van instrumentale Rage Against the Machine-nummers de energie hier en daar flink op te poken. Het emotioneel gezongen Like a Stone (uit zijn Audioslave-tijdperk) is het absolute hoogtepunt, en de massale Killing in the Name-singalong is natuurlijk makkelijk scoren. Volgende keer dan toch maar weer Prophets of Rage?


Bij de Tentstage staat Wet Leg. De band ligt in het verlengde van The Pretty Reckless, eveneens een rockband met een sterke frontvrouw, maar het mist vandaag helaas een beetje de nodige energie en afwisseling om echt te blijven boeien. Het kan misschien ook wel de vermoeidheid zijn.


Hoe anders is dat bij Yungblud. De hyperactieve frontman heeft een perfect gevoel voor drama en performance. Hij bezit de rebelse attitude van een jonge Robbie Williams, maar laat aan de andere kant ook de gevoelige kant van zichzelf zien. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting tijdens een cover van Ozzy Osbourne’s Changes en zijn eigen nummer Zombie.


Voor de ultieme energie-explosie moet je daarna bij Fat Dog zijn. Zij serveren een krankzinnige, energieke mix van rave-achtige rock, compleet met viool en saxofoon. Het publiek ontploft en de tent verandert in één grote, kolkende massa vol circle pits.


Als absolute afsluiter van het festival treden de Foo Fighters aan. Het is een optreden uit het spreekwoordelijke boekje van deze post-grunge veteranen. De intensieve laatste jaren lijken er visueel misschien een klein beetje te hebben ingehakt, maar dat weerhoudt Dave Grohl er niet van om vanaf seconde één vol gas te geven. Een indrukwekkend, 31-jaarig oeuvre trekt in sneltreinvaart aan de weide voorbij. Meteen vanaf de start rammen ze er in een moordend tempo klassiekers als All My Life, The Pretender en Times Like These doorheen. De ene na de andere hit volgt: van het melodieuze Learn to Fly en het massaal meegebrulde My Hero tot het explosieve Monkey Wrench. Na een dik uur vol gas vlammen bouwt de band slim een rustpuntje in met een blokje intieme, akoestische nummers, waaronder het sfeervolle Wheels. Het is de perfecte adempauze, want daarna zetten de heren aan voor een fenomenale eindsprint. Hoewel ik iets eerder vertrek hoor ik op de achtergrond de ultieme meezingers Best of You en het onvermijdelijke Everlong.



Comments


  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Instagram

©2020 by Trip to Soundbytes. Proudly created with Wix.com

bottom of page